vrijdag 24 augustus 2007

Over kennis

Opiniestuk gepubliceerd in De Morgen 23 augustus 2007, onder de titel "Iedereen ongeletterd".
De enquête van het tijdschrift Eos over de wetenschappelijke feitenkennis van de Belg doet stof opwaaien. Als een derde van de 18- tot 34-jarigen niet weet dat de aarde rond de zon draait, moeten we dan lachen of huilen? Zeven procent van de ondervraagden antwoordt “ik weet het niet” op de vraag of de aarde rond de zon draait, wat vanuit Socratisch oogpunt misschien verstandig is – weten dat je iets niet weet is heel erg slim – maar in acht genomen dat de zogenaamde Copernicaanse revolutie ruim vierhonderd jaar geleden plaatsvond lijkt het eerder problematisch. De fundamentele vraag hierbij is evenwel: waarom? Toen dokter Watson Sherlock Holmes leerde kennen, verbijsterde hij zich over Holmes’ gebrek aan astronomische kennis. Daar stond tegenover dat hij encyclopedisch geïnformeerd was over de geschiedenis van de misdaad en het stratenplan van Londen uit zijn hoofd kende. Veel bruikbaarder informatie, als je detective bent. Maar is kennis enkel waardevol als ze praktisch bruikbaar is? Natuurlijk niet, maar het is niet bepaald eenvoudig om duidelijk te maken waarom ogenschijnlijk nutteloze kennis tóch van belang is. Misschien zelfs van het allergrootste belang. Maar over welke schijnbaar nutteloze kennis gaat het dan? Weten wat de hoofdstad van Ecuador is? De Brabançonne kunnen zingen? De stelling van Gödel begrijpen? De sonnetten kennen die Shakespeare voor The Dark Lady schreef? De meningen zijn hierover zeer verdeeld. De Britse romanschrijver én natuurwetenschapper C. P. Snow stelde reeds in 1959 in zijn beruchte essay The Two Cultures vast dat er een kloof bestaat tussen de kennis van natuurwetenschappers enerzijds, en ‘literaire intellectuelen’ anderzijds. Bijna vijftig jaar later is er wellicht nog niet zoveel veranderd. Er zijn nog veel ‘literaire intellectuelen’ die betreuren dat de meerderheid van de bevolking niet weet wat zestien juni met James Joyce te maken heeft, maar zelf geen flauw benul hebben van de betekenis van de tweede wet van de thermodynamica, of denken dat de kat van Schrödinger een huisdier was. Iedereen is ongeletterd, in meerdere domeinen.
We hoeven dan ook niet meteen te panikeren over sommige resultaten van de enquête. Iedere generatie denkt dat het met de kennis van de jeugd van tegenwoordig slecht gesteld is. Het is niet erg moeilijk om daar met enkele goed gemikte vragen ‘bewijzen’ voor te vinden. Zo stelt Eos vast dat jongeren, ook al zijn ze erg vertrouwd met de computer, weinig afweten van de technologie die er achter schuilgaat. Maar ook hier kan men zich afvragen waarom dat problematisch is. De derde wet van sciencefictionschrijver Arthur C. Clarke luidt dat geavanceerde technologie op een bepaald moment niet meer te onderscheiden is van magie. De meerderheid van dagdagelijke gebruiksvoorwerpen is voor het overgrote deel van de bevolking magisch, in die zin dat men eigenlijk niet begrijpt hoe al die dingen functioneren. Wie weet hoe televisie werkt? De magnetron? Het navigatiesysteem in de auto? De benzinemotor? We kennen er het abc niet van, maar dat belet de meesten onder ons niet om ze dagelijks vrij succesvol te gebruiken.
Een gebrek aan feitenkennis en weetjes is maar problematisch voor wie in Blokken of de Canvascrack een rol wil spelen. Veel ernstiger is dat uit de enquête ook blijkt dat de meeste mensen geen degelijke methodes hebben om betrouwbare van minder betrouwbare informatie te onderscheiden. De Amerikaanse fysicus Richard Feynman schreef ooit het volgende: “Je kan de naam van een vogel kennen, in alle talen van de wereld, zonder iets van de vogel zelf te weten. Laat ons daarom de vogel bestuderen, en kijken hoe hij leeft en wat hij doet. Dat is wat écht belangrijk is. Ik leerde al vroeg het onderscheid tussen de naam van iets kennen enerzijds en iets kennen anderzijds.” Dat laatste ‘kennen’ waarover Feynman praat, is het kennen dat ontstaat dankzij inzicht in de verschillen tussen betrouwbare en minder betrouwbare informatie. Weten hoe de wetenschappelijke methode werkt is daarvan een zeer belangrijk aspect, maar het is niet het enige. Men moet inzicht ontwikkelen in het onderscheid tussen verschillende soorten bronnen; in de psychologische mechanismen die ons vaak tot foute conclusies brengen; in de relativiteit van het belang van anecdotes en ooggetuigen; in de wijze waarop drogredeneringen ontstaan en functioneren, enzoverder. Kortom, men moet mensen aanleren wat kritisch denken betekent. Van belang is niet dat men weet hoe internet precies functioneert, maar wel dat men in staat is om in die enorme hoeveelheid informatie het kaf van het koren te scheiden. Van belang is niet dat men weet dat de telefoon in 1876 is uitgevonden, maar dat men zich realiseert dat homeopathie een pseudo-wetenschap is.
In de discussie die recent in De Morgen en De Standaard werd gevoerd omtrent de evolutietheorie, bleek er nagenoeg consensus te zijn over het standpunt dat het creationisme niet thuishoort in de lessen biologie. Dat is volkomen terecht, maar dat wil niet zeggen dat men het creationisme daarom moet doodzwijgen. Integendeel, het creationisme en andere vormen van negationisme (holocaustontkenning; complottheorieën over 9/11, enz.), evenals pseudowetenschappen zoals homeopathie en astrologie, zijn net interessant om het verschil duidelijk te maken tussen kritisch en onkritisch denken; tussen het bevrijdende van de wetenschappelijke twijfel en het dogmatische van de pseudo-zekerheid. Richard Feynman bestudeert een vogel die leeft en rondvliegt; pseudowetenschappen houden zich bezig met een dode mus.

2 reacties:

Blogger Pieter zei...

Ik begrijp die kloof tussen exacte en humane wetenschappen niet. Kennis over het ene onderzoeksdomein roept toch tegelijkerijd vragen op over het andere onderzoeksdomein?

7 oktober 2007 11:13  
Anonymous Anoniem zei...

Helder artikeltje.
"Holocaustontkenning, complottheorieën over 9/11...", staat er. Een mooi staaltje van implicatie door associatie, of 'guilt by association".
Alsof alle 9/11 onderzoekers
zich ook hiermee identificeren.
Wie als niet-amerikaan het Amerikaans staatsburgerschap wil
bekomen moet een eed afleggen om
het land te beschermen tegenover alle vijanden: buitenlandse én binnenlandse. 'Complottheorie' wordt te pas en te onpas gebruikt en je scoort er ook makkelijk mee: het woord haalt voornamelijk zijn kracht uit het deeltje 'theorie'.
Moeten we dan ook bv. de gravitatietheorie slechs als een theorie beschouwen?

Professor Steven E.Jones van de Brigham Young Universiteit looft samen met J. Walter één miljoen dollar uit voor wie kan aantonen dat de WTC torens door de impact van de vliegtuigen aan de snelheid van de zwaartekracht instortten.
Ze hebben nog niet teveel moeten uitbetalen: deze theorie (wat dat is het, het wordt alleen aangenomen op emotionele basis, én op basis van 0,0% onderzoek) heeft dan ook geen poot om op te staan.

Jack Rowland, Ph.D. Physics
Phillippa Brown Ph. D.
Engineering and Industrial Applied Mathematics
Cincinatti, Ohio, USA

11 oktober 2007 20:22  

Een reactie plaatsen

<< Startpagina