over een project omtrent wetenschapspopularisering
Opiniestuk gepubliceerd in De Standaard, 5 februari 2008
Theoloog Johan Temmerman maakt in zijn bijdrage enkele merkwaardige gedachtesprongen (‘De ware toedracht van het leven’, DS, 1/2/2008). Zijn stuk wil een reactie zijn op een project dat ik recent opstartte omtrent wetenschapscommunicatie, in het bijzonder betreffende de evolutietheorie. Temmerman noemt het project - nogal tendentieus - “lucratief”. Voor de duidelijkheid: met het grootste deel van het bedrag dat de Universiteit Gent voor dit project vrijmaakt kan één wetenschappelijk onderzoeker (en dan nog zonder ‘anciënniteit’) vier jaar aan de slag. Met wat overschiet willen we een website ontwikkelen, studiedagen organiseren, brochures publiceren en dergelijke meer. Louter financieel bekeken is dit dus een bescheiden project.
De evolutietheorie is één van de beste wetenschappelijke theorieën die we hebben. Ze verklaart ondermeer de ontwikkeling en de samenhang van het leven, het ontstaan van soorten en adaptaties, en de aanwezigheid van fossielen. Er bestaat overweldigend veel bewijsmateriaal voor. Vele tienduizenden wetenschappers, in de taxonomie, de genetica, de geneeskunde, de embryologie, de psychologie, de neurowetenschappen en in vele andere disciplines, werken er dagelijks mee om de natuur steeds beter te begrijpen. De theorie is in de loop van bijna honderdvijftig jaar uiteraard ook zelf geëvolueerd. Ze bestaat momenteel uit meerdere subtheorieën, waaruit men diverse hypothesen afleidt, die dan weer aanleiding geven tot nieuwe waarnemingen en zeer uiteenlopend experimenteel onderzoek. Wie vertrouwd is met de theorie kent de finesses, de rijkdom, de elegantie en de verklarende en esthetische kracht ervan. Daarnaast stelt men evenwel vast dat zeer veel mensen het abc van de theorie niet kennen, verkeerd begrijpen, er vooroordelen over koesteren of er foute conclusies uit afleiden. Dat is erg jammer, om meerdere redenen. Niet alleen mist men op die manier de kennis en informatie die de evolutietheorie met zich meebrengt, maar bovendien krijgt men, meer algemeen, een fout beeld van waarover het gaat, en misschien vooral niet gaat, in de wetenschap.
Ons project wil de kennis van het brede publiek over evolutietheorie verbeteren. Uiteraard hopen we hierdoor ook de vele misverstanden en vooroordelen te verhelpen omtrent Darwin en de moderne evolutiebiologie. Uit reacties zoals die van Johan Temmerman blijkt meteen ook de nood hieraan. Hij vindt het beter toegankelijk maken van evolutietheorie “arrogant” en “onrechtvaardig”. Ik vind dit tamelijk onthutsend. Zijn al die leerkrachten die hun best doen om hun leerlingen de beginselen van de moderne wetenschap bij te brengen dan ook “arrogant”? Is de openbare omroep “arrogant” telkens als er een wetenschapspopulariserend programma uitgezonden wordt? Zijn de kranten die wetenschapsbijlagen hebben “arrogant” of “onrechtvaardig”? Temmerman merkt op dat ik blijkbaar van mening ben dat jongeren die met de islam zijn opgevoed “door hun ouders en vorige generaties verkeerd zijn ingelicht”. Welnu, als het merendeel van die jongeren letterlijk denkt dat mensen van Adam & Eva afstammen, dan zijn ze inderdaad verkeerd ingelicht, en nog geen klein beetje ook. Ik wil beleefd aan mensen als Johan Temmerman vragen om duidelijk te zijn: ofwel is men van mening dat de creationistische opvattingen, van islamitische of christelijke signatuur, een wetenschappelijk alternatief bieden, ofwel is men van mening dat ze hopeloos fout zijn. Ik denk dat het laatste het geval is en betreur dat vele jongeren in onze samenleving, inderdaad vooral binnen de islamitische cultuur, zichzelf hierdoor nog meer dreigen te marginaliseren. Wetenschappelijke geletterdheid is in de 21e eeuw onmiskenbaar een must om te slagen in tal van studies, om uiteenlopende jobs te kunnen uitoefenen en voor integratie en wederzijds begrip en samenwerking in het algemeen. Jongeren met een creationistisch wereldbeeld hypothekeren in hoge mate hun slaagkansen dienaangaande. Wanneer Temmerman een project ter bevordering van wetenschappelijke kennis en emancipatie als “arrogant” veroordeelt, bepleit hij eigenlijk obscurantisme en wetenschappelijk analfabetisme. Uit de discussie die ik in het programma ‘De zevende dag’ hierover had met de Antwerpse imam Nordine Taouil bleek zonneklaar dat de moslimgemeenschap de waarde en het belang van bepaalde aspecten van de moderne wetenschap niet hoog inschat.
In een gesprek met Radio 1-journalist Koen Fillet poogde Temmerman zijn opvattingen te verduidelijken (‘ongehoorde meningen’, 2/2/2008). Hij insinueerde daar ondermeer dat ik “gebrek aan respect” vertoon tegenover de manieren waarop “andere tradities” aan zingeving doen en betekenis aan het leven willen geven. Ik moet bekennen dat ook hier de logica van de argumentatie me ontsnapt. Zoals Koen Fillet terecht opmerkte, wil ik met dit project een aantal belangrijke wetenschappelijke opvattingen verduidelijken. Evolutietheorie, samen met andere wetenschappelijke disciplines, leert ons hoe de natuur in elkaar zit. Zingeving daarentegen is geen zaak van wetenschap (wat uiteraard niet wegneemt dat men het bedrijven van wetenschappelijk onderzoek en het verwerven van wetenschappelijke kennis als bijzonder zin- en betekenisvol kan ervaren). Waarom zou ik mensen die betekenis aan hun leven willen geven door beroep te doen op religieuze, mythologische of literaire tradities niet respecteren? Het gaat me om de pseudo-wetenschappelijke opvattingen over de natuur die men heeft, niet over ethiek en zingeving. Als iemand troost of hoop kan putten uit de lectuur van pakweg het boek Job, of Prediker, of la Divina Commedia of Hamlet, dan heb ik daar – nogal evident – geen enkele moeite mee. Maar als men beweert dat die boeken feitelijke, historische en wetenschappelijke ‘waarheden’ bevatten, dan is dat – al even evident – zeer problematisch. Johan Temmerman denkt verkeerdelijk dat ik de waarde van ‘religieuze zingeving’ in vraag stel, omdat ik een fundamentalistische interpretatie van religie betwist. Vele moderne theologen kunnen me in dat laatste nochtans volgen.
Verder had Johan Temmerman er ook moeite mee dat ik geen bioloog ben maar filosoof. Dat bleek uiteindelijk zowat zijn belangrijkste ‘argument’ te zijn, al weet ik niet zo goed waarom precies. Is het niet enigszins merkwaardig dat iemand die noch mijn persoon, noch mijn werk, noch het project in kwestie kent, zulke opinies over mij ontwikkelt? Ik kan de heer Temmerman evenwel geruststellen: ikzelf ben ‘promotor’ van dit project, zoals dat heet, omdat ik enige ervaring heb met wetenschapspopularisering en omdat, zo blijkt ironisch genoeg uit het stuk van Temmerman zelf, Darwin nu eenmaal ook reacties oproept die eerder van filosofische dan van wetenschappelijke aard zijn. Verder heeft het project ook vier co-promotoren, die allen (evolutie-)biologie doceren aan de Universiteit Gent. Het projectvoorstel is bestudeerd en goedgekeurd door een wetenschappelijke commissie, waarin ook biologen zetelden. In mijn eigen onderzoeksgroep, die uiteraard nauw betrokken wordt bij dit project, werken ook twee biologen. We hebben contacten over dit project met experts van natuurwetenschappelijke musea, met leerkrachten biologie, met wetenschapsjournalisten, enzovoort. En tot slot: het project is pas opgestart. Is het niet enigszins arrogant en onrechtvaardig om het op dergelijke wijze te bekritiseren, zonder in de verste verte te weten wat het precies inhoudt?
Theoloog Johan Temmerman maakt in zijn bijdrage enkele merkwaardige gedachtesprongen (‘De ware toedracht van het leven’, DS, 1/2/2008). Zijn stuk wil een reactie zijn op een project dat ik recent opstartte omtrent wetenschapscommunicatie, in het bijzonder betreffende de evolutietheorie. Temmerman noemt het project - nogal tendentieus - “lucratief”. Voor de duidelijkheid: met het grootste deel van het bedrag dat de Universiteit Gent voor dit project vrijmaakt kan één wetenschappelijk onderzoeker (en dan nog zonder ‘anciënniteit’) vier jaar aan de slag. Met wat overschiet willen we een website ontwikkelen, studiedagen organiseren, brochures publiceren en dergelijke meer. Louter financieel bekeken is dit dus een bescheiden project.
De evolutietheorie is één van de beste wetenschappelijke theorieën die we hebben. Ze verklaart ondermeer de ontwikkeling en de samenhang van het leven, het ontstaan van soorten en adaptaties, en de aanwezigheid van fossielen. Er bestaat overweldigend veel bewijsmateriaal voor. Vele tienduizenden wetenschappers, in de taxonomie, de genetica, de geneeskunde, de embryologie, de psychologie, de neurowetenschappen en in vele andere disciplines, werken er dagelijks mee om de natuur steeds beter te begrijpen. De theorie is in de loop van bijna honderdvijftig jaar uiteraard ook zelf geëvolueerd. Ze bestaat momenteel uit meerdere subtheorieën, waaruit men diverse hypothesen afleidt, die dan weer aanleiding geven tot nieuwe waarnemingen en zeer uiteenlopend experimenteel onderzoek. Wie vertrouwd is met de theorie kent de finesses, de rijkdom, de elegantie en de verklarende en esthetische kracht ervan. Daarnaast stelt men evenwel vast dat zeer veel mensen het abc van de theorie niet kennen, verkeerd begrijpen, er vooroordelen over koesteren of er foute conclusies uit afleiden. Dat is erg jammer, om meerdere redenen. Niet alleen mist men op die manier de kennis en informatie die de evolutietheorie met zich meebrengt, maar bovendien krijgt men, meer algemeen, een fout beeld van waarover het gaat, en misschien vooral niet gaat, in de wetenschap.
Ons project wil de kennis van het brede publiek over evolutietheorie verbeteren. Uiteraard hopen we hierdoor ook de vele misverstanden en vooroordelen te verhelpen omtrent Darwin en de moderne evolutiebiologie. Uit reacties zoals die van Johan Temmerman blijkt meteen ook de nood hieraan. Hij vindt het beter toegankelijk maken van evolutietheorie “arrogant” en “onrechtvaardig”. Ik vind dit tamelijk onthutsend. Zijn al die leerkrachten die hun best doen om hun leerlingen de beginselen van de moderne wetenschap bij te brengen dan ook “arrogant”? Is de openbare omroep “arrogant” telkens als er een wetenschapspopulariserend programma uitgezonden wordt? Zijn de kranten die wetenschapsbijlagen hebben “arrogant” of “onrechtvaardig”? Temmerman merkt op dat ik blijkbaar van mening ben dat jongeren die met de islam zijn opgevoed “door hun ouders en vorige generaties verkeerd zijn ingelicht”. Welnu, als het merendeel van die jongeren letterlijk denkt dat mensen van Adam & Eva afstammen, dan zijn ze inderdaad verkeerd ingelicht, en nog geen klein beetje ook. Ik wil beleefd aan mensen als Johan Temmerman vragen om duidelijk te zijn: ofwel is men van mening dat de creationistische opvattingen, van islamitische of christelijke signatuur, een wetenschappelijk alternatief bieden, ofwel is men van mening dat ze hopeloos fout zijn. Ik denk dat het laatste het geval is en betreur dat vele jongeren in onze samenleving, inderdaad vooral binnen de islamitische cultuur, zichzelf hierdoor nog meer dreigen te marginaliseren. Wetenschappelijke geletterdheid is in de 21e eeuw onmiskenbaar een must om te slagen in tal van studies, om uiteenlopende jobs te kunnen uitoefenen en voor integratie en wederzijds begrip en samenwerking in het algemeen. Jongeren met een creationistisch wereldbeeld hypothekeren in hoge mate hun slaagkansen dienaangaande. Wanneer Temmerman een project ter bevordering van wetenschappelijke kennis en emancipatie als “arrogant” veroordeelt, bepleit hij eigenlijk obscurantisme en wetenschappelijk analfabetisme. Uit de discussie die ik in het programma ‘De zevende dag’ hierover had met de Antwerpse imam Nordine Taouil bleek zonneklaar dat de moslimgemeenschap de waarde en het belang van bepaalde aspecten van de moderne wetenschap niet hoog inschat.
In een gesprek met Radio 1-journalist Koen Fillet poogde Temmerman zijn opvattingen te verduidelijken (‘ongehoorde meningen’, 2/2/2008). Hij insinueerde daar ondermeer dat ik “gebrek aan respect” vertoon tegenover de manieren waarop “andere tradities” aan zingeving doen en betekenis aan het leven willen geven. Ik moet bekennen dat ook hier de logica van de argumentatie me ontsnapt. Zoals Koen Fillet terecht opmerkte, wil ik met dit project een aantal belangrijke wetenschappelijke opvattingen verduidelijken. Evolutietheorie, samen met andere wetenschappelijke disciplines, leert ons hoe de natuur in elkaar zit. Zingeving daarentegen is geen zaak van wetenschap (wat uiteraard niet wegneemt dat men het bedrijven van wetenschappelijk onderzoek en het verwerven van wetenschappelijke kennis als bijzonder zin- en betekenisvol kan ervaren). Waarom zou ik mensen die betekenis aan hun leven willen geven door beroep te doen op religieuze, mythologische of literaire tradities niet respecteren? Het gaat me om de pseudo-wetenschappelijke opvattingen over de natuur die men heeft, niet over ethiek en zingeving. Als iemand troost of hoop kan putten uit de lectuur van pakweg het boek Job, of Prediker, of la Divina Commedia of Hamlet, dan heb ik daar – nogal evident – geen enkele moeite mee. Maar als men beweert dat die boeken feitelijke, historische en wetenschappelijke ‘waarheden’ bevatten, dan is dat – al even evident – zeer problematisch. Johan Temmerman denkt verkeerdelijk dat ik de waarde van ‘religieuze zingeving’ in vraag stel, omdat ik een fundamentalistische interpretatie van religie betwist. Vele moderne theologen kunnen me in dat laatste nochtans volgen.
Verder had Johan Temmerman er ook moeite mee dat ik geen bioloog ben maar filosoof. Dat bleek uiteindelijk zowat zijn belangrijkste ‘argument’ te zijn, al weet ik niet zo goed waarom precies. Is het niet enigszins merkwaardig dat iemand die noch mijn persoon, noch mijn werk, noch het project in kwestie kent, zulke opinies over mij ontwikkelt? Ik kan de heer Temmerman evenwel geruststellen: ikzelf ben ‘promotor’ van dit project, zoals dat heet, omdat ik enige ervaring heb met wetenschapspopularisering en omdat, zo blijkt ironisch genoeg uit het stuk van Temmerman zelf, Darwin nu eenmaal ook reacties oproept die eerder van filosofische dan van wetenschappelijke aard zijn. Verder heeft het project ook vier co-promotoren, die allen (evolutie-)biologie doceren aan de Universiteit Gent. Het projectvoorstel is bestudeerd en goedgekeurd door een wetenschappelijke commissie, waarin ook biologen zetelden. In mijn eigen onderzoeksgroep, die uiteraard nauw betrokken wordt bij dit project, werken ook twee biologen. We hebben contacten over dit project met experts van natuurwetenschappelijke musea, met leerkrachten biologie, met wetenschapsjournalisten, enzovoort. En tot slot: het project is pas opgestart. Is het niet enigszins arrogant en onrechtvaardig om het op dergelijke wijze te bekritiseren, zonder in de verste verte te weten wat het precies inhoudt?
