home agenda biografie lezingen onderzoek onderwijs publicaties contact stokpaardjes favoriete websites

Lezing

De Maakbare Mens

abstract

In het bijbelse boek Prediker was de vraag retorisch: "Wie kan recht maken wat God krom heeft gemaakt?" In onze tijd begint het er sterk op te lijken dat de mens hiertoe wel degelijk in staat is. Sedert de ontrafeling van de structuur van DNA in 1953 is de kennis van het erfelijke materiaal van levende organismen spectaculair toegenomen. Wat in de negentiende en vroeg twintigste eeuw begon met erwten en fruitvliegjes, resulteerde in het begin van de eenentwintigste eeuw in de ontrafeling van het menselijke genoom. De mogelijkheden die dit met zich meebrengt om onze erfelijke eigenschappen te manipuleren zijn potentieel bijzonder groot.

Aan de mogelijkheid tot manipulatie van het erfelijk materiaal ging de voortplantingsrevolutie vooraf. Reeds in de jaren zeventig van de vorige eeuw slaagde men erin om bevruchting buiten het lichaam te laten plaatsvinden. In-vitrofertilisatie, sperma- en eiceldonatie, draagmoederschap, kloneren; het zijn maar een paar voorbeelden van de mogelijkheden om het toevalskarakter van de voortplanting te vervangen door planmatige en gecontroleerde reproductie.

Erfelijkheid en voortplanting zijn evenwel niet de enige terreinen waar wetenschap en techniek in de laatste decennia grote vorderingen maakten met betrekking tot het menselijke lichaam en uiteenlopende menselijke eigenschappen. Orgaantransplantatie bestaat reeds geruime tijd, evenals de mogelijkheid om met geneesmiddelen menselijk gedrag, behoeften, driften, emoties en dergelijke meer krachtig te beïnvloeden (bijvoorbeeld het gebruik van lithium, en medicatie zoals prozac en viagra). Momenteel wordt volop gewerkt aan middelen die een effect op cognitieve vaardigheden hebben, zoals het geheugen en het concentratievermogen.

Verder zijn ook de neurowetenschappen in de jaren negentig in een stroomversnelling gekomen. Het inbrengen van elektroden in het brein om aandoeningen te onderdrukken, van Parkinson tot obsessief-compulsief gedrag, is bijna routine geworden. De mogelijkheden die dit biedt om menselijk gedrag te wijzigen en controleren zijn immens. Het brein valt nagenoeg samen met de mens; wie het brein beheerst, beheerst de mens.

Het is evident dat al deze inzichten en technische mogelijkheden ons voor vele ethische problemen plaatsen. Over de therapeutische, medische aspecten ervan bestaat reeds veel discussie: Wie heeft recht op een behandeling? Wanneer is een therapie veilig genoeg om op mensen toe te passen? Hoe duur mag de spitstechnologische gezondheidszorg worden? Worden de rechten van de privacy niet geschonden? Maar over de mogelijkheden om menselijke vermogens te verbeteren, zonder medische redenen, bestaat vanzelfsprekend nog veel meer onenigheid. Aan de ene kant van het spectrum vinden we de zogenaamde transhumanisten, die van mening zijn dat de mens tenvolle gebruik moet maken van de mogelijkheden die zich aandienen, om eindelijk komaf te maken met alle menselijke onvolkomenheden. Aan de andere kant stellen velen zich terughoudend op, uit angst voor medisch falen, uit schrik dat geneeskunde elitair zal worden, enzovoort. Men verwijst naar het spookbeeld van de eugenetica, van designer baby's; men vreest voor geprogrammeerde soldaten, genetisch gemanipuleerde atleten en dergelijke meer.

In de voordracht wordt dit hele kluwen uiteengerafeld en worden suggesties gedaan om op redelijke en ethisch verantwoorde manier evenwichtige opvattingen over dit alles te ontwikkelen.

 

Abstract als PDF-file (13kB)
Terug naar lezingenoverzicht
Print deze pagina